Lesmateriaal groep 5

De Oudheidkamer in Wolvega in samenwerking met verhalenvertelster Baukje Koolhaas

In de Oudheidkamer valt van alles te zien en te beleven uit vroeger tijden, dankzij een schat aan alledaagse gebruiksvoorwerpen, waaronder gereedschappen van bijvoorbeeld de kapper, de dokter, de smid, de schaapherder, en een uitstalling van karren en wagens. Ook is er een winkel, een keuken, een woonkamer en een schoollokaal ingericht. Daar is de sfeer van het leven van vroeger goed te zien en te voelen.

In de ruimtes van de Oudheidkamer liggen de verhalen over vroeger voor het oprapen, je kunt ze haast horen rondzoemen: er valt zóveel te vertellen over al die spullen en over de mensen die ze gebruikten. Het kan niet anders of de kinderen komen vol van verhalen weer buiten.

Op school verwerken de kinderen hun belevenissen door hun eigen verhalen te maken en te vertellen aan de hand van voorwerpen die ze gezien hebben. Ze beschrijven die voorwerpen en vertellen er over. Ze maken er verhalen mee, waarin iets te beleven valt.

De eerste workshop is gericht op het maken van de verhalen: keuze van een voorwerp en de beschrijving ervan – Wat valt er te zien? Waar is het van gemaakt? Waar werd het voor gebruikt? Hoe? Waar? Door wie? Wat zou er mee gebeurd kunnen zijn? Zo maken de kinderen al doende kennis met de ingrediënten van verhalen.

De tweede workshop richt zich op het vertellen van verhalen, de presentatie ervan. Na de workshops kunnen de kinderen hun verhalen aan kinderen uit andere groepen vertellen.

Vooraf

Klassengesprek over verschillen tussen vroeger en nu: wonen, werken, bezigheden, voorwerpen om de kinderen vast benieuwd te maken naar wat ze gaan zien.

Achteraf

Na het bezoek aan de Oudheidkamer

Vertelplaat Tijdens een kringgesprek wordt er teruggekeken op het bezoek aan de Oudheidkamer: wat heb je vooral onthouden? Wat blijft je bij? Welke voorwerpen? Welke ruimte? De kinderen tekenen daarover op tekenpapier (A4- of A3-formaat) of plakken afbeeldingen op en noteren er woorden, woordgroepen en korte zinnetjes bij. Zo ontstaat een soort ‘vertelplaat’.

De vertelplaten vormen een uitgangspunt voor het maken en vertellen van verhalen tijdens de workshops.

Tip: laat de kinderen in hun eigen taal vertellen als ze dat willen: Stellingwerfs, Fries, een andere streektaal, Nederlands, of de taal van hun land van herkomst.

Na de workshops op school

–   Na het maken van de verhalen en het oefenen in het vertellen ervan kunnen de kinderen hun verhalen vertellen aan de kinderen van de andere groepen.