Lesmateriaal groep 4

De Oudheidkamer in Wolvega in samenwerking met verhalenvertelster Baukje Koolhaas

In de Oudheidkamer valt van alles te zien en te beleven uit vroeger tijden, dankzij een schat aan alledaagse gebruiksvoorwerpen, waaronder gereedschappen van bijvoorbeeld de kapper, de dokter, de smid, de schaapherder en een uitstalling van karren en wagens. Ook is er een winkel, een keuken, een woonkamer en een schoollokaal ingericht. Daar is de sfeer van het leven van vroeger goed te zien en te voelen.

In de ruimtes van de Oudheidkamer liggen de verhalen over vroeger voor het oprapen, je kunt ze haast horen rondzoemen: er valt zóveel te vertellen over al die spullen en over de mensen die ze gebruikten. Dat doet één van de vrijwillige medewerkers van de Oudheidkamer.  In een rondleiding wordt aanstekelijk verteld over van alles wat er te zien is. Het kan niet anders of de kinderen komen vol van verhalen weer buiten.

Eerste workshop – In de week na het bezoek aan de Oudheidkamer komt Baukje Koolhaas in de klas om met de kinderen terug te halen wat ze ervaren hebben. Ze gaat met de kinderen in op de levensomstandigheden en voorwerpen die er destijds waren, en die nu gebruikelijk zijn in het dagelijks leven. Afhankelijk van wat de kinderen vertellen, kunnen allerhande  thema’s rond verleden en heden aandacht krijgen: warmte/kou, binnen/buiten, droog/nat, werken/spelen, boodschappen doen,  wonen, school …

Tweede workshop – Tijdens het tweede bezoek in de klas gaat Baukje met de kinderen  verder met het maken en vertellen van verhalen naar aanleiding van voorwerpen, plaatsen en personen in vroeger tijden. Wie, waar, wanneer … wat gebeurt er? .. toppunt? Afloop, einde …

Voor beide workshops geldt:

– voorstellingsvermogen, verbeelding, beleving en expressie zijn aangrijpingspunt in de uitwisseling van ervaringen en het vertellen daarover;
– streektaal en eigen (thuis)taal , non-verbale expressie zijn middelen tot expressie en communicatie.

Rol voor de leerkracht:

Vooraf

Voorbereiding van het bezoek aan de Oudheidkamer

  • Klassengesprek over verschillen tussen vroeger en nu: wonen, werken, bezigheden, voorwerpen om de kinderen vast benieuwd te maken naar wat ze gaan zien.

Achteraf

Na het bezoek aan de Oudheidkamer

  • Vertelplaat Nabespreken: wat heb je vooral onthouden? Wat blijft je bij? Welke voorwerpen? Welke ruimte? De kinderen tekenen daarover op tekenpapier (A4- of A3-formaat) of plakken afbeeldingen op en noteren er woorden, woordgroepen en korte zinnetjes bij. Zo ontstaat een soort ‘vertelplaat’.